Een brief van een lezer uit Den Haag-Scheveningen, zestig jaar oud, weduwnaar sinds veertien maanden: "Mijn dochter vindt dat ik te snel ga. Mijn buurvrouw vindt dat ik te lang wacht. Ik zelf weet het niet meer. Is er een regel?" Mijn eerste antwoord was een lange zucht. Mijn tweede antwoord was nee, en dat is precies het punt.
Er wordt nog altijd gefluisterd over een termijn. Een jaar, twee jaar, soms drie. Alsof rouw een contract is met een afloopdatum. Wie dat gelooft, heeft waarschijnlijk zelf nooit een hand losgelaten waarvan hij veertig jaar zeker was dat die er zou zijn.
Wat de kalender niet kan meten
De vraag is niet hoeveel maanden er voorbij zijn. De vraag is of u in staat bent om aan tafel te gaan zitten tegenover iemand nieuw, zonder dat die avond stilletjes over uw overleden partner blijft gaan. Niet omdat u moet vergeten. Dat kan niet en dat hoeft niet. Maar omdat de ander recht heeft op uw aanwezigheid, niet op uw afwezigheid.
Sommige mensen zijn daar klaar voor na acht maanden. Anderen zeggen na drie jaar nog: "Ik kan het niet." Beide zijn waar. Beide zijn geldig.
Drie eerlijke signalen dat u misschien klaar bent
- U staat 's morgens op en u merkt dat u nieuwsgierig bent naar de dag, niet alleen naar het verleden.
- U kunt praten over uw partner zonder in huilen uit te barsten, en ook zonder uzelf te dwingen niet te huilen.
- U merkt dat u ergens onderweg, in de trein naar Utrecht of op een terras in Haarlem, een onbekende aankijkt en iets voelt dat niet schuld is.
Geen van deze drie is een vereiste. Ze zijn meer een soort innerlijke weersvoorspelling. Ze vertellen u wat het weer is, niet wat u moet doen.
Drie eerlijke signalen dat u misschien nog moet wachten
- Elke gedachte aan een nieuw gezicht voelt als verraad. Niet onwennig, maar verraad.
- U bent vooral bang om alleen te zijn en u merkt dat die angst harder klopt dan welke andere emotie ook.
- U zou uw overleden partner nog uitvoerig willen vertellen over de kandidaat. Niet in gedachten, maar echt. Alsof het om een goedkeuring gaat.
Dit zijn geen verboden, het zijn waarschuwingen. Soms moet u zelf luisteren, soms moet iemand anders ze voor u vertalen.
Wat anderen zeggen, en waarom u niet hoeft te luisteren
De reacties van de buurt zijn voorspelbaar. Er zijn de bezorgde schoondochters, de vermanende broers, de oude vrienden die zeggen: "Denk aan haar." Er zijn ook de iets te enthousiaste kennissen, die vinden dat u "weer onder de mensen moet". Ze bedoelen het allemaal goed. Ze hebben bijna allemaal ongelijk, al was het maar omdat ze niet weten wat u 's nachts hoort in het stille huis.
De enige stem die ertoe doet, is die van u. En misschien, voorzichtig, die van een goede therapeut of een pastor die iets heeft gezien.
Hoe een eerste afspraak eruit kan zien
Klein. Overdag. Liefst ergens waar u nooit met uw partner bent geweest, of juist wel, maar dan zonder verrassing. Een koffiehuis in Maastricht dat u nog niet kent. Een wandeling door het Vondelpark. Een lunch in Groningen bij een zaak die u altijd al wilde proberen.
Vertel kort en eerlijk dat u weduwnaar of weduwe bent. Niet als een waarschuwing, niet als een klacht. Als een feit, zoals u ook zou vertellen dat u twee volwassen kinderen heeft. De ander mag daar iets mee, of niet. Dat is de eerste, stille test.
De schuld die niet van u is
Veel lezers schrijven mij dat ze zich schuldig voelen. Dat is een van de meest verwarrende kanten van deze fase. Schuld hoort bij keuzes, en weer willen leven is geen keuze die u heeft gemaakt tegen iemand. Het is een keuze die u maakt vanuit iets dat uw partner u vermoedelijk had gegund.
Een wijze vrouw van drieenzeventig, twee jaar weduwe, zei ooit: "Hij zou mij niet graag in het donker zien zitten. Dus ik doe het licht weer aan. Voorzichtig."
En als het toch mislukt
Uw eerste afspraak na drie jaar kan een teleurstelling zijn. Of een verrassing. Of gewoon een middag. Het hoeft niets te bewijzen. U bent er niet om iemand te vinden, u bent er om te kijken hoe het voelt om iemand te ontmoeten. Dat zijn twee verschillende dingen, en het eerste volgt nooit zonder het tweede.
Een kleine oefening voor deze week
Schrijf twee zinnen op. De eerste: "Wat zou mij vandaag troosten?" De tweede: "Wat zou mij vandaag nieuwsgierig maken?" Als u bij beide iets kunt opschrijven, bent u verder dan u dacht. Als u bij een van beide leeg blijft, dan is dat precies het antwoord op uw vraag.
Er is geen juiste kalender. Er is alleen de uwe, en die hoeft u aan niemand uit te leggen.